Maleisië zet stappen richting duurzame energievoorziening

In Energy & Environment by Astrid Seegers

Lilian Henseler & Järvi de Vlugt

Maleisië is, als grootste exporteur van olie en gas in de regio, van oudsher zeer afhankelijk van fossiele brandstoffen. De olie- en gasindustrie is met een bijdrage van 20% aan het bruto nationaal inkomen een belangrijke motor voor de Maleisische economie. Desondanks zet Maleisië ook steeds meer in op duurzame energie om minder afhankelijk te worden van de fossiele energiebronnen en om klimaatverandering tegen te gaan. Het potentieel van Maleisië voor duurzame energie is dan ook substantieel: de equatoriale locatie van Maleisië biedt veel kansen voor het op grote schaal opwekken van zonne-energie. Daarnaast zijn er, mede vanwege de palmolie-industrie, grote hoeveelheden biomassa beschikbaar die gebruikt kunnen worden voor het opwekken van bio-energie. Nieuwe wet- en regelgeving moeten de transitie naar een duurzame energievoorziening in Maleisië een extra push geven.

Duurzame energiebeleid in Maleisië
Volgens de National Energy Balance 2014, bestond de energiemix van Maleisië in 2014 uit 43,9% gas, 43,2% kool, 8,7% waterkracht, 2,8% olie en 0,5% andere hernieuwbare energiebronnen. Het aandeel duurzame energie is dus nog verwaarloosbaar. Als het aan de Maleisische overheid ligt, komt daar snel verandering in. Maleisië heeft als doel om in 2020 11% van de energie duurzaam te produceren. De afgelopen jaren zijn er meerdere maatregelen genomen om de energietransitie te versnellen. Sinds eind 2011 heeft Maleisië feed-in tarieven (FiT) voor duurzaam opgewekte energie. Deze feed-in tarieven behoorde tijdens de invoering tot de hoogste ter wereld, maar is de afgelopen jaren afgenomen door de toenadering van netpariteit (waar de kosten voor het opwekken van duurzame energie gelijk zijn aan de conventionele bronnen). Deze subsidie komt uit een toelage van 1.6% op alle elektriciteitsrekeningen. Om de lagere inkomensgroep te beschermen, hoeven consumenten die minder elektriciteit gebruiken dan 300 kWh per maand niet bij te dragen aan dit fonds. De Sustainable Energy Development Authority (SEDA) is vanuit de overheid opgericht om het feed-in systeem te implementeren en uit te voeren. Naast de feed-in tarieven zijn belastingvoordelen ingesteld voor investeringen in duurzame energie en worden verschillende gelden verstrekt voor onderzoek op dit gebied.

Volgend jaar zal Maleisië het net energy metering system (NEM) voor producenten met zonne-energie installaties met een capaciteit kleiner dan 1 MW invoeren. Door dit systeem kunnen producenten het deel van de elektriciteit dat ze niet zelf gebruiken terugleveren aan het net en daar een terugleververgoeding voor krijgen. Dit systeem moet de productie van zonne-energie een boost geven. Meerdere partijen, waaronder onderzoekers van University of Malaya, zijn sceptisch over de invoering van deze maatregel, gezien de lage elektriciteitsprijs in Maleisië. Zo zullen de producenten een bedrag van tussen 0.22 en 57 sen/kWh (0,04-0,11€/kWh, afhankelijk van het maandelijks gebruik) besparen, waardoor de investering in de installatie zichzelf maar langzaam terugverdient. Een soortgelijk maatregel wordt in diverse Europese landen al gebruikt, waar het, door significant hogere elektriciteitsprijzen, wel een succesvolblijkt. In Zuidoost Azië is Maleisië het eerste land dat een dergelijk systeem implementeert. Producenten die installaties groter dan 1MW willen uitbaten, vallen onder een nieuw feed-in systeem, waarbij de tijdens de aanvraagprocedure op gewenste tarieven moet worden geboden.

Zonne-energie


Figuur 1: Gemiddelde dagelijkse zoninstraling (MJ per m2) in Maleisie (Mekhilefa et al., ’12)

Maleisië heeft veel potentieel voor het produceren van zonne-energie. De zon schijnt in Maleisië redelijk vaak en sterk, met een gemiddelde jaarlijkse instraling van 1643 kWh/m2. Het hete en vochtige klimaat van Maleisië is echter problematisch voor de zonnepanelen aangezien de zonnepanelen snel achteruitgaan in dit klimaat. De ontwikkelingen in fotovoltaïsche zonnecellen (photovoltaic solar cells; PV) gaat echter snel en focust zich momenteel op het ontwikkelen van zonnepanelen voor veel verschillende klimaatzones en omstandigheden. Zo worden zonnepanelen ontwikkeld die geschikt zijn voor berggebieden, steden en kustgebieden. Het hete en vochtige klimaat van Maleisië zal in de nabije toekomst dus hoogstwaarschijnlijk geen belemmering meer vormen voor het op grote schaal produceren van zonne-energie. Maleisië profiteert ook op andere manieren van de wereldwijde interesse in zonne-energie. Het land was in 2016 na China en Taiwan de grootste producenten in PV en streeft ernaar om in 2020 de op een na grootste producent ter wereld te worden van zonne-energiesystemen. Deze industrie was in 2016, volgens de Malaysian Investment Development Authority, ruwweg 400 miljoen USD waard.

Biomassa
Palmolieplantages bedekken ruim 15 procent van het landoppervlak van Maleisië en produceren, naast palmolie, ook grote hoeveelheden reststromen, zoals palmbladeren, palmboomstammen, lege vruchttrossen (empty fruit bunches; EFB), palmpitschillen, mesocarpvezels en afvalwater van de palmoliemolen (palm oil mill effluent; POME). Deze reststromen zorgen voor vervuiling, maar kunnen met de juiste technologieën omgezet worden in bio-energie of hoogwaardigere producten zoals chemicaliën, polymeren en plastics.

Sinds 2014 moeten alle nieuw gebouwde palmolie-molens in staat zijn om het biogas af te vangen dat door de vergisting van het afvalwater vrijkomt. Oudere molens moeten voor 2020 aan deze eis voldoen. Deze maatregelen vormen een belangrijke drijfveer achter de biomassa markt in Maleisië. Toch groeit het aantal biomassaprojecten maar langzaam. Dit komt onder andere doordat de molens vaak op afgelegen plaatsen liggen zonder aansluiting op het elektriciteitsnet of slecht wegennetwerk. Het vervoer van de biomassa naar biomassacentrales of het aansluiten van de installaties op het elektriciteitsnet is daarom vaak (nog) niet kostenefficiënt.

Verder zet de Maleisische overheid sterk in op biobrandstoffen met de National Biofuel Policy 2006. Dit beleid is gericht op de ontwikkeling van standaarden voor biodiesel, het testen van biobrandstoffen door overheidsvoertuigen en de verkoop van conventionele diesel bijgemengd met biodiesel, om zo Maleisië een leidende rol te laten spelen op de wereldwijde biobrandstofmarkt. Het merendeel van de Maleisische biodiesel wordt echter geproduceerd van palmolie, wat geclassificeerd is als ‘eerste generatie’ biobrandstoffen. De Europese Commissie heeft voornemens geuit om het gebruik van deze klasse biobrandstoffen tot 2020 uit te faseren, omdat deze producten concurreren met de voedselproductie. Dit kan grote gevolgen hebben voor de afzetmarkt van de afzetmarkt van de biobrandstoffen, waardoor Maleisië samen met Indonesië een lobby is begonnen voor de acceptatie van deze brandstoffen door de EU.

Sinds begin 2017 is het Partners in International Business (PIB) consortium Palmares op het gebied van palmoliebiomassa actief in Maleisië. De PIB Palmares is een publiek-privaat programma dat een cluster van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen helpt bij het opzetten van nieuwe samenwerkingsverbanden met bedrijven en kennisinstellingen in Maleisië en het betreden van de biomassamarkt om zo bij te dragen aan een duurzame palmolie-industrie. De PIB is een driejarig programma dat bestaat uit drie componenten: overheidssamenwerking, kennisoverdracht en bedrijfsleven. Binnen deze drie onderdelen worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals matchmaking events, gezamenlijke R&D-programma’s en technologiemissies. Inmiddels hebben zeven partijen zich bij de PIB aangesloten: ECN, DMT Environmental Technology, Wageningen Research & University, Royal Dahlman, Blackwood Technology, Paques en Witteveen+Bos. Het cluster staat open voor nieuwe bedrijven en onderzoeksinstellingen die graag de Maleisische biomassamarkt willen betreden of onderzoekssamenwerkingen op dit gebied willen opzetten.

Mariene energie
Grootschalige inzet van mariene energie, zoals getijdenenergie en golfenergie, lijkt voor Maleisië op dit moment economisch niet haalbaar. De verschillen in getijden, de zeestromingen en de golfhoogtes zijn gering in de Maleisische zeeën. Zo is het verschil tussen eb en vloed op de meeste plekken maar rond de 2 meter en maximaal 4 meter. Het Noordelijke deel van Sabah heeft volgens onderzoek het meeste potentieel voor golfenergie. Golfenergie installaties zouden in dit gebied 160kW/m kunnen genereren. Veelbelovende cijfers, maar nog lang niet hoog genoeg om in Maleisië te kunnen concurreren met fossiele brandstoffen en andere vormen van duurzame energie zoals zonne-energie. In 2014 hebben Green Power Solutions en Current2Current International een MoU getekend om gezamenlijk een 10MW getijdenenergie installatie te ontwikkelen. Op dit moment zijn ze echter nog bezig met het in kaart brengen van de mogelijkheden voor getijdenenergie op verschillende plekken in Maleisië, om een besluit te kunnen nemen over waar ze de technologie willen plaatsen. Ook is het Franse scheepsbouwer DCNS, in samenwerking met het OTEC centrum van Universiti Teknologi Malaysia, bezig om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren voor een Ocean Thermal Energy Conversion installatie op het eiland Layang-Layang, Op deze locatie, op de rand van de Sabah Trog, is een temperatuurverschil van ongeveer 20 graden te vinden tussen de bovenste en onderste waterlaag. Dit verschil kan gebruikt worden voor het opwekken van elektriciteit of het ontzilten van zeewater. Het koude water kan worden gebruikt voor de koeling van gebouwen of kassen, waarmee een breder scala aan landbouwproducten kunnen worden verbouwd in de tropen.

Waterkracht
Waterkracht wordt in Maleisië al tientallen jaren gebruikt voor het opwekken van elektriciteit, vooral door middel van hydro-elektrische dammen en steeds vaker in de vorm van zogenaamde mini-waterkrachtinstallaties (capaciteit tot 30MW). In april 2017 telde de totale geïnstalleerde capaciteit van alle waterkrachtcentrales meer dan 5,4 GW. Voornamelijk de staat Sarawak is erg geschikt voor waterkracht door de vele regenval en het uitgebreide netwerk van rivieren. Door de sociale impact van de bouw en werking van de hydro-elektrische stuwdammen en de nadelige gevolgen voor het milieu is waterkracht controversieel. In 2010 zorgde de 2.400 MW Bakun hydro-elektrische dam in Sarawak voor een overstroming in een gebied ter grootte van Singapore. Het rotten van de vegetatie na zo’n overstroming zorgt voor de uitstoot van veel broeikasgassen. Naast de nadelige gevolgen voor het milieu, hebben de dammen ook sociale gevolgen. Voor de bouw van de Bakun stuwdam moesten naar schatting tienduizend mensen verhuizen. Mini-waterkracht installaties hebben minder grote impact op het milieu en vergen minder investeringen. Daarnaast kunnen zij een uitkomst bieden voor de lokale bevolking. De kleine installaties worden geplaatst in rivieren in rurale gebieden die niet aangesloten zijn op het elektriciteitsnet om zo bij te dragen aan de elektrificatie van geïsoleerde plattelandsgebieden. Mini-hydro valt, in tegenstelling tot hydro-elektrische dammen, wel onder het FiT-systeem. Om minder afhankelijk te worden van fossiele energie zullen de komende jaren ook nieuwe hydro-elektrische dammen aangelegd worden. In 2030 wil de Maleisische overheid 6 GW aan waterkracht installaties draaiende hebben.

Windenergie
De windenergiesector is nog onderontwikkeld in Maleisië. Door karakteristieke lage windsnelheden door de locatie ten opzichte van de evenaar, gecombineerd met een gebrek aan betrouwbare windsnelheidsdata, zijn nog maar weinig windenergieprojecten van start gegaan. Twee demonstratieprojecten op het gebied van windenergie bleken weinig succesvol. De windmolens op het eiland Perhentian Kecil draaiden, volgens onofficiële rapporten, na een jaar al niet meer, Redenen voor de negatieve uitkomsten van deze windmolen waren te wijden aan de lage windsnelheden en diefstal van onderdelen SEDA Maleisië voert momenteel een onderzoek uit om de windpotentie in Maleisië in kaart te brengen, zodat eenduidigere uitspraken over de daadwerkelijke mogelijkheden voor windenergie (en mogelijke toekenning van feed-in tarieven voor windprojecten) kunnen worden gedaan.

Figuur 2: Windmolens op het Maleisische eiland Perhentian Kecil (bron: razmahwata.wordpress.com)

Onderzoek naar duurzame energie
Binnen Maleisië vindt onderzoek plaats naar de toepassingen van voorgenoemde duurzame energiebronnen. Zo hebben vrijwel alle publieke universiteiten onderzoek naar de toepassingen van biomassa (voor meer informatie zie dit artikel) en zonne-energie. Zo hebben zowel de Maleisische campus van Nottingham University als de Universiti Sains Malaysia een Centre for Renewable Energy opgericht voor technische ondersteuning, onderzoek en educatie over duurzame energie. De onderzoekscentra focussen met name op technologieën die geschikt zijn voor tropische gebieden, zoals zonne-energie, biomassa, kleinschalige waterkracht en windenergie. Onderzoek naar verschillende aspecten van de toepassing van zonne-energie wordt uitgevoerd door bijvoorbeeld Universiti Sains Malaysia, Universiti Putra Malaysia, Universiti Tunku Abdul Rahman, Universiti Teknologi Petronas en SIRIM. Ook vindt bij Universiti Teknologi Malaysia onderzoek naar mariene energie plaats bij de Marine Technology Centre en Ocean Thermal Energy Centre. Tegen de verwachtingen van goede windenergiepotentie zijn toch onderzoekers in Maleisië bezig met dit onderwerp. Een team van onderzoekers van de University of Malaya ontwerpen een verticale as windturbine, welke beter zou moeten werken onder condities met lage windsnelheden.

Kansen voor Nederland
De energieproductie in Maleisië is nog steeds erg afhankelijk van fossiele brandstoffen. Ondanks dat het belang van hernieuwbare energie al jaren door de overheid wordt onderschreven, gaat de transitie naar een duurzame energiemix langzaam. Het is afwachten of de nieuwe overheidsmaatregelen duurzame energie een push kunnen geven. De meest interessante duurzame energiebronnen lijken zonne-energie en biomassa. Binnen deze gebieden liggen ook de belangrijkste kansen voor Nederlandse partijen in de duurzame energiesector in Maleisië. Daarnaast biedt het uitgebreide riviernetwerk in Maleisië kansen voor Nederlandse bedrijven die stromingsturbines leveren. De Maleisische overheid probeert het portfolio te verbreden en kijkt naast zonne-energie, energie uit biomassa en waterkracht ook naar het potentieel van windenergie en mariene energie. Zo is er bij het OTEC Centre van UTM nog veel expertise op het gebied van geïntegreerde ontziltingsinstallaties, drijvende platforms en kennis over nutriënt-rijk zeewater, en is bij de University of Malaya kennis over de exploitatie en onderhoud van windmolens gewenst. Met de nodige technologische ontwikkeling kunnen deze duurzame energiebronnen in de toekomst wellicht ook interessant worden voor Maleisië. Op dat moment zou Nederlandse kennis en kunde in deze sectoren kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van deze technologieën in Maleisië.

Meer informatie?
Neem voor meer informatie contact op met de Nederlandse ambassade in Kuala Lumpur, Maleisië, via: KLL-EA@minbuza.nl, het Holland Innovatie Netwerk in Singapore en Maleisië, via SIN-IA@minbuza.nl of kijk op de website www.nederlandwereldwijd.nl/landen/maleisie

Bronnen
Voor de totstandkoming van dit artikel zijn de volgende websites en artikelen geraadpleegd: